Borstvoeding beschermt uw baby tegen infecties.
De meeste moeders kunnen borstvoeding geven. Door het zuigen van de baby aan uw borsten, gaan uw borsten melk maken. Om de borstvoeding op gang te krijgen, moet u de baby dus zo gauw mogelijk na de geboorte aanleggen, liefst binnen het eerste uur. Daarna moet u de baby aan de borst leggen zo vaak hij dat wil. Dat is meestal om de 2 tot 3 uur. De eerste dagen ziet de melk er wat geliger uit dan in de volgende maanden.

Uw eigen melk is de beste voeding voor uw kind:
• Borstvoeding geeft uw kind alle voedingsstoffen die hij nodig heeft.
• In de melk zitten ook stoffen die uw baby beschermen tegen infectieziekten zoals diarree, oorontsteking of longontsteking.
• De melk is altijd op de goede temperatuur en is gratis.
• Bovendien helpt het geven van borstvoeding uw lichaam om zich te herstellen van de bevalling.
Een kind bepaalt zelf hoeveel hij wil drinken. Geef hem daarvoor wel de tijd. Ga er zelf rustig voor zitten of liggen. De baby heeft bij borstvoeding geen extra flesvoeding nodig. En ook geen extra water. Laat hem elke keer lang genoeg drinken aan iedere borst. Meestal ongeveer 10 tot 15 minuten. Soms is hij sneller klaar. Hij drinkt de eerste minuten het meest; daarna zuigt hij graag nog wat na. Als u denkt dat hij te weinig krijgt, laat hem dan een keer extra drinken. Het zuigen stimuleert de borsten om meer melk te maken.
Ontlasting bij borstvoeding
Wees niet bezorgd als uw baby niet elke dag evenveel en niet op dezelfde tijd poept. Dat verschilt van kind tot kind. Het ene kind poept meerdere malen per dag. Het andere kind heeft maar eens in de 5 dagen een poepluier. Dit is normaal.
Succesvol borstvoeding geven
Hoewel borstvoeding geven natuurlijk is, moet de techniek geleerd worden. Dat vergt wat tijd en geduld van u en uw baby. Naarmate u meer ervaring krijgt, wordt het borstvoeding geven gemakkelijker en prettiger.
De tabel op de volgende bladzijden helpt u stap voor stap om op de juiste manier borstvoeding te geven
Drink zelf iets voor u begint met voeden; een glas water, melk, sap, lichte stroop of bouillon.

Was uw handen met water en zeep voor u gaat voeden. Als het mogelijk is, was dan ook eerst de tepels met schoon water of gebruik bijvoorbeeld een schone, natte baddoek om ze af te vegen. Gebruik hiervoor geen zeep.

Kies een comfortabele houding. Soms is liggen het prettigst, soms zitten in een gemakkelijke stoel. Belangrijk is, dat u zich prettig voelt en dat u de baby goed kunt ondersteunen bij het drinken.

Breng het kind naar de borst toe en niet omgekeerd. Zo kunt u ontspannen blijven liggen of zitten. Let op de houding van uw baby. Als uw baby een goede houding heeft, ziet u:
• dat de nek recht of iets naar achteren gebogen is
• dat het lichaam naar u toe is gekeerd (‘buik tegen buik’)
• dat het lichaam dicht bij het uwe is en goed gesteund wordt
• dat hoofd, schouder en lichaam van uw baby een rechte lijn vormen
• dat uw baby de borst goed kan vastpakken zonder zich te hoeven strekken of draaien.

Breng uw baby dicht bij uw borst en breng uw tepel in contact met de onderlip van uw baby. Zodra hij zijn mond wijd opent, trekt u hem snel dichterbij om hem de borst te laten pakken. Uw tepel moet naar het gehemelte van uw baby wijzen.


Dat uw baby goed ligt, ziet u aan het volgende :
• De kin en de neus van uw baby raken uw borst
• Zijn mond is wijd open en hij heeft een ‘mondvol borst’
• Zijn onderlip is naar buiten gekruld
• U ziet meer van de tepelhof boven dan onder de mond van uw baby
• U hebt geen pijn

Laat de baby bij iedere voeding aan beide borsten drinken. Laat de baby wel de eerste borst helemaal leeg drinken voordat u hem de andere aanbiedt. Gemiddeld duurt het voeden 10 tot 15 minuten. Pauzeer even wanneer u van borst wisselt en laat de baby boeren.

Baby’s slikken tijdens het drinken vaak wat lucht in. Die lucht raken ze vanzelf weer kwijt door op te rispen (boeren). U laat de baby gemakkelijk boeren door hem rechtop te houden en hem over uw schouder naar achteren te laten kijken. Ondersteun zijn nekje en wrijf of klop zachtjes op zijn rug tot het boertje komt.

Om de baby van de borst te halen, drukt u zachtjes de borst tegen zijn mondhoeken weg met een vinger, totdat de zuigkracht is verbroken.

Na het voeden en boeren gaat de baby meestal slapen. Controleer of de luier droog is voor u hem weer in bed legt. Natte luiers moeten eerst verwisseld worden.








