Uw kind vindt het net als u , lekker om tussendoor iets te eten of te drinken. Geef niet vaker dan 4 keer per dag iets tussen de hoofdmaaltijden in. Dat is slecht voor de tanden. Zorg er ook voor dat u per tussendoortje niet te veel geeft. Anders heeft hij geen trek bij de hoofdmaaltijden. Geef geen snoep of andere zoetigheid. Beter is het als hij een stukje fruit, rijstwafel, een half boterhammetje, of yoghurt eet. Te veel zoute snacks zoals chips zijn ook niet goed. Blokjes kaas en worst hebben ook veel zout en vet. Geef die dus niet al te vaak.
Let op! Geef uw kind geen voedingmiddelen waarin hij zich kan verslikken, zoals pinda’s, knippa’s, druiven of rozijnen.
Groenten
Natuurlijk blijft u groenten geven. Uw kind mag nu ook groenten zoals prei, ui en koolsoorten eten. Deze soort groenten geven gasvorming.. Begin met kleine hoeveelheden en geef ze geleidelijk aan.
Wat heeft uw kind per dag nodig?
Het volgende schema is slechts een richtlijn. Sommige kinderen zullen aan meer behoefte hebben en andere zullen met minder tevreden zijn.
Ontbijt:
1 sneetje bruin brood (of volkoren) met wat boter of margarine, en beleg (b.v. pindakaas of kaas)
1 bekertje melk (ongeveer 150 ml)
of een bordje pap
Tussendoor:
1 of ½ sneetje brood met beleg (zie ontbijt)
½ bekertje melk
Warm eten:
4 eetlepels rijst of vervanging (bv. roti /bami/ cassave/ napi/ chinese tajer/ zoete patat banaan/broodvrucht)
2 eetlepels vis/ kip/ vlees of 4 eetlepels tempé/ tahoe/
2- 3 eetlepels groente (50 – 75 g)
Tussendoor:
fruit (bv. een sinaasappel/ een stuk papaja/ een kleine manja)
Avondmaal:
zie ontbijt
s Avonds:
1 glas melk/ cacao/ yoghurt/ vla
Geef ’s avonds na het tandenpoetsen geen zoete dranken, melk of pap meer. Als uw kind dorst heeft geef hem dan wat water.