Kinderen van 3 trekken zich wat meer aan van wat ze wel of niet mogen dan jongere kinderen. Maar ze zijn nog steeds impulsief. Als ze iets bedenken, doen ze het direct. Ze houden nog geen rekening met anderen. De ene peuter houdt meer vast aan zijn eigen wensen. De andere peuter is wat gemakkelijker af te leiden van iets wat u liever niet hebt dat hij doet.

Een driejarige kan erg bang zijn
Een peuter van 3 kan bang zijn voor dingen die in uw ogen gewoon zijn. Angsten overvallen hem. In zijn fantasie kan er van alles gebeuren. Hij kan bang zijn:
- om te vallen, omdat hij dan denkt dat hij in honderd stukjes kan breken.
- voor douchen, want misschien spoelt hij weg in het afvoerputje.
- voor de stofzuiger. Hij ziet de stofzuiger alles opzuigen. Hoe weet hij dat de stofzuiger hém niet op zal zuigen?
- voor de wind, schaduwen, het donker of voor beesten. Allerlei dieren, hoe klein ook, zijn in de fantasie van het kind in staat om hem op te eten.
Reageren op angstige buien
Het helpt niet om tegen uw kind te zeggen dat hij zich aanstelt. Gewoon zeggen dat hij niet bang hoeft te zijn heeft ook geen zin. Praten over wat hij eng vindt en proberen hem te begrijpen helpt wél. Overdag kunt u met uw peuter praten over wat hem bang maakt. Na verloop van tijd verdwijnen de angsten meestal weer.
Als uw kind ’s nachts bang is
’s Nachts is het lastiger om precies te weten waar uw kind bang voor is. Meestal kunnen peuters het zelf nog niet goed uitleggen. Ze huilen of stampvoeten alleen maar. Wordt uw peuter wakker uit een enge droom, ga dan direct naar hem toe. Troost hem en laat hem weer gaan slapen. U hoeft niet meteen bezorgd te vragen wat er is. Vraag ook niet of hij ergens bang voor is, of dat hij soms moet plassen. Vaak heeft hij aan uw troostende woorden genoeg. Het is niet nodig om alle angsten te bespreken. Bovendien gaan sommige angsten ook weer heel snel weg. Als uw kind zelf begint te vertellen over wat hij eng vindt, kunt u daarop wel ingaan.








