U kunt de baby borstvoeding blijven geven als u dat fijn vindt. De baby laat merken wanneer hij niet meer wil. Als u met borstvoeding wilt stoppen, moet u wel één borstvoeding vervangen met een broodmaaltijd (sneetje brood met een beker opvolgmelk) of een papvoeding. Vanaf 6 maanden mag uw baby in plaats van rijstmeelpap ook papsoorten van tarwe en andere granen. Zoetjes aan is het goed om op deze tarwe en meergranen papsoorten over te schakelen. Ze bevatten meer voedingsstoffen. Met volkoren producten, zoals volkoren brood en havermoutpap moet u wachten tot uw kind één jaar is. Deze producten bevatten veel voedingsvezels en de darmen van het kind kunnen die nu nog niet zo goed verteren. Kijk op de verpakking van de papsoorten welke leeftijd is aangegeven.

Tussen de 6 en 9 maanden moet het kind geleidelijk aan overstappen van het flesje naar een bekertje. Geleidelijk aan kan de flesvoeding van het ontbijt vervangen worden door dikke pap uit een beker, of in een bordje met een lepel. Of door een broodmaaltijd: 1 sneetje brood met beleg en een bekertje melk (ongeveer 150 ml). Veel baby’s vinden het echter lekker om voor het slapen gaan nog wat te zuigen aan de borst of een flesje te drinken. De fles voor het slapen gaan is dus meestal de laatste die komt te vervallen. Vanaf het kind 12 maanden is dient de fles geheel vervangen te worden door een beker. Dit is veel beter voor zijn tanden en voor de spieren van de mond. Die worden sterker door drinken uit een beker en sterke mondspieren helpen bij het goed leren praten.

Let op: zoute, sterk gekruide en te vette voeding is nog steeds niet goed voor uw kind.